Snijd de sjalot, de knoflook en de rode peper (zonder zaadlijsten) ragfijn en fruit in een scheutje olie op matig vuur even aan.
Voeg een scheutje water (3-4 el) toe samen met de djahé, de ketoembar en een snuf zout.
Meng vervolgens de pindakaas door het geheel tot een mooie gladde massa.
Voeg de ketjap manis, een scheutje (verse) citroensap en de gula djawa toe. Goed roeren met een garde.
Verdun het geheel met de kokosmelk en blijf constant roeren terwijl de saus opwarmt.
Als de saus te dik wordt dan kan je wat extra kokosmelk toevoegen. Niet laten koken maar wel goed warm laten worden!